Overslaan naar inhoud

De Neurogene darm

Peer Review

Aan de kalender toevoegen:
Omschrijving

Patiënten met neurologische aandoeningen (zoals MS, dwarslaesies, Parkinson of het cauda-equinasyndroom) kampen nagenoeg altijd met ingrijpende darmdisfuncties. Voor de pelvische kinesitherapeut ligt hier een cruciale taak in het doorbreken van de vicieuze cirkel van obstipatie en fecale incontinentie.

Tijdens deze peer review hernemen  we de neurogene mechanismen op en vertalen we de recentste klinische richtlijnen naar concrete handvaten voor de praktijk. We focussen op differentiaaldiagnostiek (reflexdarm versus flaccide darm), alarmsymptomen zoals autonome dysreflexie, en de opbouw van een sluitend darmmanagementprogramma. Het tweede deel staat volledig in het teken van intercollegiale toetsing aan de hand van praktijkcasussen.

Leerdoelen
  1. Pathofysiologie & Diagnostiek
  • Neurogene mechanismen differentiëren: Het onderscheid kunnen verklaren tussen een reflexdarm (bovenste motorneuronletsel, bijv. supraconaal) en een flaccide/areflexieve darm (onderste motorneuronletsel, bijv. infraconaal of cauda-equinasyndroom).
  • Klinische patronen herkennen: De impact van specifieke neurologische aandoeningen (zoals dwarslaesie, MS, Parkinson en Spina Bifida) op de darmmotiliteit en de continentie identificeren.
  • Anorectale functietesten interpreteren: De klinische waarde en consequenties begrijpen van diagnostische basistesten, zoals anorectale manometrie en colontransittijden.

2. Kinesitherapeutisch Onderzoek & Evaluatie

  • Gespecialiseerde anamnese afnemen: Het effectief uitvragen van stoelgangfrequentie, consistentie (Bristol Stool Chart), alarmsymptomen, continentieverlies en de huidige mechanismen van darmlediging.
  • Pelvische functiebeoordeling: Het deskundig uitvoeren van een rectaal toucher om de rusttonus, willekeurige contractie, relaxatie en de anale reflexen (zoals de anal wink) bij neurologische patiënten te testen.
  • Autonome dysreflexie herkennen: Bij patiënten met een dwarslaesie (boven T6) de symptomen van autonome dysreflexie (acute hypertensie, bradycardie, zweten) direct signaleren als gevolg van darmimpactie.

3. Behandeling & Interventies

  • Darmmanagementprogramma's opstellen: Het adviseren over en begeleiden van een gestructureerd darmregime, inclusief timing, houding (gebruik van een voetenbankje), abdominale massage en retrograde darmspoeling (transanale irrigatie).
  • Educatie over conservatieve triggers: Patiënten instrueren over de synergie tussen vochtintake, vezelconsistentie en fysieke activiteit om de colontransit te optimaliseren.
  • Neuromodulatie toepassen: De indicaties, contra-indicaties en parameters bepalen voor (transcutane) posterieure tibiale zenuwstimulatie (PTNS) en sacrale neuromodulatie (SNM) bij neurogene darmdisfuncties.
Spreker: Oosterlinck Corinne

Max. aantal deelnemers: 40p.
Accreditatie PQK is aangevraagd.
Uiterste inschrijvingsdatum: 25/11/2026